Note 3 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE VOGELS.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
(3) Het hier bedoelde orgaan is niet homoloog met het strottenhoofd (larynx) der Zoogdieren, en draagt dus oneigenlijk dien naam. Het eigenlijke strottenhoofd (larynx superior) dient bij de vogels niet tot voortbrenging van het geluid. Het stemorgaan, door sommigen oneigenlijk onderste strottenhoofd (larynx inferior) geheeten, bevindt zich bij hen op de plaats waar de luchtpijp zich in twee longpijpen (bronchi) splitst; bij een Zuid-Amerikaansche soort van Nachtzwaluw (Steatornis garipensis) is het stemorgaan zelfs in de longpijpen zelf gelegen en derhalve dubbel. Het is voorzien van twee als stembanden werkende vliezen (membranae tympaniformia), waarbij zich bij de ware zangvogels nog een derde (de membrana semilunaris) voegt. Aldus ontstaat een dubbele stemspleet waarvan de randen door bijzondere spieren kunnen worden gespannen en verslapt. Daarenboven bezitten vele Zangvogels der Oude Wereld nog vijf tot zes paar zangspieren waarvan eenige het stemorgaan opheffen, terwijl andere het naar beneden trekken; deze zangspieren zijn bij vele Amerikaansche Zangvogels tot één enkele uit twee of drie lagen bestaande spiermassa samengesmolten.