← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 2 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE VOGELS.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

(2) Blasius en Keyzerling hebben, op grond van de onderzoekingen van Johannes Müller, de Orde der Insessores in twee afdeelingen verdeeld, namelijk die der Oscines of eigenlijke Zangvogels en die der Clamatores of Schreeuwvogels. Hun stelsel is later door A. Wagner voltooid. Behalve door verschillende andere meer of min belangrijke kenmerken onderscheiden de Oscines zich van de Clamatores door het bezit van een waren zangtoestel. Tot de Oscines brengt men dan de Families der Lijsters (Turdidae), Zangers (Sylviadae), Kwikstaarten (Motacillidae), Zwaluwen (Hirundinidae), Vliegenvangers (Muscicapidae), Klauwieren (Laniadae), Honigvogels (Nectarinidae), Kruipvogels (Certhiadae), Meezen (Paridae), Vinken (Fringillidae), Leeuwerikken (Alaudidae), Spreeuwen (Sturnidae), Kraaivogels (Corvidae) en Paradijsvogels (Paradisiadae); tot de Clamatores de Families der Eriodoridae (waartoe ook de prachtige Liervogel (Menura Superba) van Nieuw-Holland behoort), der Anabatidae, der Snatervogels (Colopteridae of Cotingidae), Nachtzwaluwen (Caprimulgidae), Gierzwaluwen (Cypselidae), Kolibri’s (Trochilidae), Hopvogels (Upupidae), Bijenvreters (Meropidae), IJsvogels (Halcyonidae), Scharrelaars (Coraciadae) en Neushorenvogels (Bucerotidae).

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings