← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 83 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE VOGELS.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Het moet een heerlijk gezicht zijn, als men in de bosschen van Indië „plotseling twintig of dertig pauwen ontmoet, terwijl de mannetjes hun prachtige staarten ten toon spreiden en in al den luister van hun hoogmoed voor de gestreelde wijfjes pronken.” De wilde kalkoensche haan richt zijn schitterend gevederte op, spreidt zijn fraai gebandeerden staart en gestreepte vleugelvederen uit, en, alles te zamen genomen, maakt hij met zijn opgezette, karmozijnroode en blauwe vleeschlappen een trotsch, schoon in onze oogen potsierlijk figuur. Gelijksoortige feiten zijn reeds medegedeeld omtrent verschillende soorten van Boschhoenders. Laten wij thans tot een andere Orde overgaan. De mannelijke Rupicola crocea (Fig. 44) is een van de schoonste vogels van de wereld; hij is prachtig oranje, en sommige zijner vederen zijn op merkwaardige wijze afgeknot en donzig. Het wijfje is bruinachtig groen, geschakeerd met rood en heeft een veel kleiner vederkam. Sir R. Schomburgk heeft hun vrijage beschreven; hij vond een hunner vergaderplaatsen, waarop zich tien mannetjes en één wijfje bevonden. De ruimte was van vier tot vijf voet in doorsnede, en schijnt van elk sprietje gras gezuiverd en gelijk gemaakt te zijn geworden, alsof het door menschenhanden was geschied. Een mannetje „voerde vertooningen uit tot blijkbaar vermaak van onderscheidene andere, nu eens zijn vleugels uitspreidende, zijn kop opheffende of zijn staart als een waaier uitspreidende, dan weder al pronkende rondloopende met een huppelenden gang, totdat hij vermoeid was, als wanneer hij een zekere soort van geluid maakte en door een ander werd afgelost. Aldus traden drie van hen achtereenvolgens in het strijdperk en gingen daarna vol zelfvoldoening heên om te rusten.” De Indianen wachten om hun huiden te verkrijgen, nabij een der vergaderplaatsen, tot de vogels ijverig aan het dansen zijn, en kunnen dan met hun vergiftige pijlen achtereenvolgens vier of vijf mannetjes dooden.83 Bij de Paradijsvogels komen een dozijn of meer in hun vollen vedertooi prijkende mannetjes in een boom te zamen om een danspartij te houden, zooals de inboorlingen het noemen, en wanneer zij hierin rondvliegen, hun vleugels en uitnemend fraaie siervederen opheffen en deze doen trillen, schijnt de geheele boom, gelijk de heer Wallace opmerkt, vol golvende vederen te zijn. Terwijl zij daarmede bezig zijn, zijn zij er zoo in verdiept, dat een bekwaam boogschutter ze bijna allen kan neêrschieten. Men zegt, dat als men deze vogels in Insulinde in gevangen staat houdt, zij zeer zorg dragen om hun vederen schoon te houden, ze dikwijls uitspreiden en nazien en elke vuile vlek wegnemen. Een waarnemer die verscheidene levende paren bezat, betwijfelde niet, dat het pronken van het mannetje tot doel had om het wijfje te behagen.84

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings