Note 80 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE VOGELS.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Sommige mannelijke vogels worden, zooals boven is medegedeeld, in de lente levendiger gekleurd, niet door een voorjaarsruiing, maar hetzij door een werkelijke kleurverandering in de vederen of doordat de dof gekleurde randen daarvan worden afgeworpen. Aldus veroorzaakte kleurveranderingen kunnen langeren of korteren tijd duren. Zoo verspreidt zich in de lente over het geheele gevederte van Pelacanus onocrotalus een fraaie rozeroode tint, met citroenkleurige vlekken op de borst; maar de heer Sclater getuigt, dat deze kleuren „niet lang duren, daar zij over het algemeen omstreeks zes weken of twee maanden, nadat zij zijn verkregen, weder verdwijnen.” Sommige soorten van vinken werpen de randen van hun vederen in de lente af en worden dan levendiger gekleurd, terwijl andere vinken geen dergelijke verandering ondergaan. Zoo prijkt Fringilla tristis van de Vereenigde Staten (zoowel als vele andere Amerikaansche soorten) alleen met haar levendige kleuren, als de winter voorbij is, terwijl onze distelvink welke met dezen vogel nauwkeurig in levenswijze, en ons sijsje dat er nog nauwkeuriger in maaksel mede overeenkomt, een dergelijke verandering niet ondergaan. Een verschil van dezen aard in het gevederte van verwante soorten is echter niet te verwonderen; want het gewone kneutje dat tot de zelfde Familie behoort, prijkt in Engeland alleen gedurende den zomer met een karmozijnen voorhoofd en borst, terwijl het in Madera deze kleuren gedurende het geheele jaar houdt.80