← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 79 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE VOGELS.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Het is algemeen bekend, dat het mannetje van de gewone eend (Anas boschas) na den paartijd zijn mannelijk gevederte gedurende een tijd van drie maanden verliest, gedurende welken hij dat van het wijfje aanneemt. De mannelijke pijlstaarteend (Anas acuta) verliest zijn gevederte voor den korteren tijd van zes weken of twee maanden, en Montagu merkt op, dat „deze dubbele ruiing binnen een zoo korten tijd een hoogst buitengewone omstandigheid is, die elke menschelijke redeneering schijnt te tarten.” Hij echter, die aan de trapsgewijze wijziging der soorten gelooft, zal volstrekt geen verwondering gevoelen, als hij overgangen van allerlei aard vindt. Als de mannelijke pijlstaarteend zijn nieuw gevederte binnen een nog korter tijdperk verkreeg, zouden de nieuwe mannelijke vederen bijna noodzakelijk met de oude, en beide met sommige die aan het wijfje eigen zijn, worden vermengd; en dit schijnt met het mannetje van een verwante soort, namelijk den pinduiker (Merganser serrator) het geval te zijn, want men zegt, dat de mannetjes „een verandering van gevederte ondergaan, die hen tot op zekere hoogte aan het wijfje gelijk maakt. Door een kleine nieuwe versnelling van het proces zou de dubbele ruiing geheel verloren gaan.”79

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings