← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 77 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE VOGELS.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Het schijnt op het eerste gezicht een verwonderlijke omstandigheid, dat bij nauw verwante vogels sommige soorten geregeld tweemaal ’s jaars ruien en andere slechts eenmaal. Het sneeuwhoen, bij voorbeeld, ruit tweemaal of zelfs driemaal ’s jaars, en het korhoen slechts eenmaal; sommige van de prachtig gekleurde Honigvogels (Nectariniae) van Indië en sommige ondergeslachten van donker gekleurde Piepers (Anthus) hebben een dubbele, en andere slechts een enkele jaarlijksche ruiing.77 De overgangen in de wijze van ruien, die men weet, dat bij onderscheidene vogels voorkomen, toonen ons echter, hoe soorten, of geheele groepen van soorten, oorspronkelijk hun dubbele jaarlijksche ruiing verkregen, of na eens die gewoonte te hebben verkregen, haar daarna weder kunnen hebben verloren. Bij zekere trapganzen en Plevierachtige Vogels is de voorjaarsruiing ver van volkomen, daar sommige vederen worden vernieuwd, terwijl andere alleen van kleur veranderen. Er is ook reden om te gelooven, dat bij zekere trapganzen en Ralachtige Vogels die eigenlijk een dubbele jaarlijksche ruiing ondergaan, sommige van de oudere mannetjes hun bruiloftsgevederte het geheele jaar door behouden. Soms worden gedurende de lente slechts eenige weinige gewijzigde vederen bij het gevederte gevoegd, zooals het geval is met de schijfvormige staartvederen van zekere Indische drongo-klauwieren (Bhringa), en met de verlengde vederen op den rug, hals en kop van zekere reigers. Door dergelijke trapsgewijze overgangen zou de voorjaarsruiing hoe langer hoe vollediger kunnen worden, totdat eindelijk een volkomen dubbele ruiing was verkregen. Men kan ook aantoonen, dat er een overgang bestaat in de lengte van tijd gedurende welken elk der beide jaarlijksche gevederten wordt behouden, zoodat het eene er toe kan komen om het geheele jaar te worden behouden, omdat het andere volkomen verloren gaat. Zoo houdt de kemphaan (Machetes pugnax) zijn halskraag in het voorjaar slechts twee maanden lang. Het mannetje van den weduwvogel (Chera progne) verkrijgt in Natal zijn schoon gevederte en lange staartvederen in December of Januari en verliest ze in Maart, zoodat zij slechts gedurende omtrent drie maanden behouden blijven. De meeste soorten die een dubbele ruiing ondergaan, behouden hun tot versiering dienende vederen omstreeks zes maanden. Het mannetje van het wilde hoen (Gallus bankiva) behoudt echter de sikkelvormige vederen aan zijn hals gedurende negen of tien maanden; en wanneer deze worden afgeworpen, zijn de daaronder liggende zwarte vederen van den hals geheel aan het gezicht blootgesteld. Maar bij den tammen afstammeling van deze soort worden de sikkelvormige vederen aan den hals onmiddellijk door nieuwe vervangen, zoodat wij hier ten opzichte van een deel van het gevederte zien, hoe in den getemden staat een dubbele ruiing in een enkele is overgegaan.78

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings