← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 66 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE VOGELS.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Het is een merkwaardig feit, dat de vederen van tot verschillende groepen behoorende vogels op bijna volkomen de zelfde bijzondere wijze zijn gewijzigd. Zoo zijn de vleugelslagpennen bij een der bovenvermelde nachtzwaluwen naakt langs de schacht en eindigen in een schijfvormige vlag; of zijn, zooals zij somtijds worden genoemd, lepel- of raketvormig. Vederen van deze soort komen ook voor in den staart van een Motmot (Eumomota superciliaris), van een ijsvogel, vink, kolibri, papegaai, onderscheidene Indische Drongo-klauwieren, Dicrurus en Edolius, bij een waarvan de schijf verticaal staat, en in den staart van sommige Paradijsvogels. Bij deze laatste vogels versieren soortgelijke, van fraaie oogvlekken (ocelli) voorziene vederen den kop, evenals ook bij sommige Hoenderachtige Vogels het geval is. Bij een Indische trapgans (Sypheotides auritus) eindigen ook de vederen waaruit de, omtrent 1 decimeter lange, vederbossen aan de ooren bestaan, in schijven.66 De vlag van de vederen is ook bij onderscheidene zeer verschillende vogels draad- of donsachtig, b.v. bij sommige Reigers, Ibissen, Paradijsvogels en Hoenderachtige Vogels. In andere gevallen verdwijnt de vlag, en blijven de schachten naakt; en deze bereiken in den staart van Paradisea apoda een lengte van 85 centimeter.67 Wanneer kleinere vederen op die wijze zijn ontbloot, zien zij er uit als borstels, zooals op de borst van den kalkoenschen haan. Gelijk de mensch er toe komt om elke voorbijgaande mode in de kleeding te bewonderen, zoo schijnt ook bij de vogels elke soort van verandering in het maaksel of de kleur van de vederen van het mannetje door het wijfje te zijn bewonderd. Het feit, dat de vederen in zeer verschillende groepen op overeenkomstige wijze zijn gewijzigd, is ongetwijfeld oorspronkelijk het gevolg geweest van de omstandigheid, dat al de vederen bijna het zelfde maaksel en de zelfde ontwikkelingswijze hadden en bijgevolg geneigd waren op de zelfde wijze te varieeren. Wij zien dikwijls neiging tot overeenkomstige verandering in het gevederte van onze tot verschillende soorten behoorende tamme rassen. Zoo hebben zich bij onderscheidene soorten kuiven gevormd. Bij een uitgestorven verscheidenheid van den kalkoen bestond de kuif uit naakte schachten met donzige uiteinden, zoodat zij tot op zekere hoogte op de boven beschreven raketvormige vederen geleken. Bij sommige duiven- en hoenderrassen zijn de vederen donsachtig met eenige neiging in de schachten om naakt te worden. Bij de Sebastopol-gans zijn de schoudervederen zeer verlengd, gekruld of zelfs spiraalvormig ineengerold, met donzige randen.68

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings