← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 58 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE VOGELS.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Liefde-Vertooningen en Dansen.—Van de merkwaardige liefdegebaren van sommige vogels, vooral van de Hoenderachtigen (Gallinaceae) is reeds hier en daar gesproken, zoodat er slechts weinig behoeft te worden bijgevoegd. In Noordelijk Amerika verzamelen zich zekere Bosch-hoenders (Tetrao phasianellus) gedurende den paartijd elken morgen in groote menigte op een daartoe gekozen vlakke plaats, en loopen daar voortdurend in de rondte in een cirkel van ongeveer 15 of 20 voet middellijn, zoodat de grond geheel kaal is gesleten, gelijk een heksenkring. Bij deze „Patrijzendansen”, zooals zij door de jagers worden genoemd, nemen de vogels de vreemdsoortigste houdingen aan, en loopen rond, sommige van rechts naar links, andere in de tegenovergestelde richting. Audubon beschrijft de mannetjes van zekere reigersoort (Ardea herodias), die op hun lange pooten met groote waardigheid voor de wijfjes heên en weder loopen, en zoo hun mededingers uitdagen. Van een van de walgelijke Aasgieren (Cathartes jota) getuigt de zelfde natuuronderzoeker, dat „de gebaren en de parade van het mannetje in ’t begin van het jaargetijde der liefde uiterst grappig zijn.” Sommige vogels voeren hun liefdevertooningen uit in de lucht, in plaats van op den grond, zooals wij bij den zwarten Afrikaanschen wevervogel hebben gezien. Gedurende de lente verheft zich onze kleine inlandsche grasmusch (Sylvia cinerea) dikwijls eenige weinige voeten of ellen boven het kreupelhout in de lucht en „fladdert met een afwisselende en fantastische beweging, gedurig zingende, rond, en daalt daarna weder neêr op den tak waarop zij zat.” De groote Engelsche trapgans neemt onbeschrijfelijk koddige houdingen aan, terwijl hij het wijfje het hof maakt, gelijk hij door Wolf is afgebeeld. Een verwante Indische trapgans (Otis bengalensis) verheft zich daarbij loodrecht in de lucht, snel met zijn vleugels klepperende, zijn kuif overeind doende rijzen en de vederen van zijn nek en borst opzettende, en daalt daarna weder op den grond neder; hij herhaalt die beweging achtereenvolgens verscheidene malen, tegelijkertijd een bijzonder geluid makende. De wijfjes die toevallig in de nabijheid zijn, „gehoorzamen aan deze springlustige oproeping”, en als zij naderen, laat hij zijn vleugels zakken, en spreidt zijn staart uit gelijk een kalkoensche haan.58

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings