← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 53 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE VOGELS.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Bij het mannetje van Chamaepetes unicolor (een groote Hoenderachtige Vogel van Amerika) is de eerste primaire slagpen van den vleugel naar het einde toe gebogen en veel dunner dan bij het wijfje. Bij een verwanten vogel, de Penelope nigra, nam de heer Salvin een mannetje waar, dat, terwijl hij naar beneden vloog met uitgestrekte vleugels, een soort van krakend, ruischend geluid maakte, gelijk dat van een boom die omvalt.53 Alleen bij het mannetje van de Indische trapganzen (Sypheotides auritus) loopen de primaire slagpennen van de vleugels zeer puntig toe; en het is bekend, dat het mannetje van een verwanten vogel een gonzend geluid voortbrengt, terwijl hij aan het wijfje het hof maakt.54 Bij een zeer verschillende groep van vogels, namelijk de Kolibri’s, zijn alleen bij de mannetjes van sommige soorten de schachten van hun primaire vleugelslagpennen sterk verbreed of de vlaggen plotseling naar het uiteinde toe uitgesneden. Bij het mannetje van Selasphorus platycercus is, bij voorbeeld, als hij volwassen is, de eerste primaire vleugelslagpen (Fig. 30) op die wijze uitgesneden. Terwijl hij van bloem tot bloem vliegt, maakt hij „een schril bijna fluitend geluid”55; maar het scheen den heer Salvin toe, dat dit geluid niet met opzet werd gemaakt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings