Note 45 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE VOGELS.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
De stemorganen van onderscheidene Zwemvogels en Moerasvogels zijn buitengewoon samengesteld en verschillen tot op zekere hoogte bij beide seksen. In sommige gevallen is de luchtpijp (trachea) gewonden als een jachthoren en diep in het borstbeen (sternum) ingesloten. Bij de wilde zwaan (Cygnus ferus) is zij bij het volwassen mannetje dieper ingesloten dan bij het wijfje of het jonge mannetje. Bij het mannetje van den grooten zaagbek (Merganser) is het verbreede gedeelte van de luchtpijp van een bijkomend (additioneel) paar spieren voorzien.45 De beteekenis van deze verschillen tusschen de seksen van vele Eendachtige Vogels (Anatidae) is echter geheel onbekend; want het mannetje bezit niet altijd de luidste stem; zoo sist het mannetje bij de gewone eend, terwijl het wijfje luide kwaakt.46 Bij beide seksen van een van de Kraanvogels (Grus virgo) dringt de luchtpijp in het borstbeen door, maar vertoont „zekere seksueele wijzigingen.” Bij het mannetje van den zwarten ooievaar bestaat er ook een goed uitgedrukt seksueel verschil in de lengte en buiging van de longpijpen (bronchi).47 Zoodat in deze gevallen hoogst belangrijke organen volgens de sekse zijn gewijzigd.