← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 43 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE VOGELS.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Het schijnt thans met zekerheid te zijn uitgemaakt, dat de groote keelzak van het mannetje van de Europeesche groote trapgans (Otis tarda) en van ten minste vier andere soorten niet dient om water op te nemen, zooals men vroeger veronderstelde; maar dat hij in verband staat met een bijzonder geluid dat gedurende den paartijd wordt voortgebracht en op de lettergreep „ok” gelijkt. Als de vogel dit geluid voortbrengt, neemt hij de meest buitengewone houdingen aan. Het is een vreemd feit, dat bij de mannetjes van de zelfde soort de zak niet bij alle individu’s is ontwikkeld.43 Een op een kraai gelijkende vogel die Zuid-Amerika bewoont (Cephalopterus ornatus, Fig. 26), wordt de Regenschermvogel genoemd wegens zijn verbazend groote kuif, bestaande uit naakte witte schachten die van boven in donkerblauwe vederen eindigen, die hij overeind kan zetten tot een groot koepeldak van niet minder dan 12½ centimeter middellijn, dat den geheelen kop bedekt. Deze vogel heeft aan den hals een lang, dun, cylindervormig, vleeschachtig aanhangsel dat dicht met op schubben gelijkende, blauwe vederen is bedekt. Het dient waarschijnlijk gedeeltelijk tot versiering, maar gedeeltelijk ook tot een resoneerenden toestel; want de heer Bates bevond, dat het in verband staat „met een ongewone ontwikkeling van de luchtpijp (trachea) en de stemorganen.” Het zet zich uit, wanneer de vogel zijn verwonderlijk lagen, luiden en lang aanhoudenden fluitenden toon voortbrengt. De kuif en het halsaanhangsel zijn bij het wijfje rudimentair.44

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings