Note 12 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ. DE LAGERE KLASSEN VAN HET DIERENRIJK.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
De geestvermogens der Schaaldieren zijn waarschijnlijk hooger ontwikkeld dan men wellicht zou hebben verwacht. Ieder die heeft beproefd een der op vele kusten van tropische landen zoo menigvuldige strandkrabben te vangen, zal hebben bemerkt, hoe voorzichtig en waakzaam zij zijn. Op koraaleilanden vindt men een groote krabsoort (Birgus latro), die op den bodem van een diep hol een dik bed maakt van door haar bijeen verzamelde vezels van de kokosnoot. Zij voedt zich met de afgevallen vruchten der kokospalmen, pelt er de vezels van het omkleedsel vezel voor vezel van af, en begint daarbij altijd aan dat einde, waar de drie oogvormige diepten zijn gelegen. Daarna doorboort zij ééne dier diepten door er met haar groote voorste knijpers op te kloppen, en haalt eindelijk, al ronddraaiende, de taaie witte zelfstandigheid die binnen in de vrucht zit, met haar smalle achterste knijpers er uit. Deze handelingen zijn echter waarschijnlijk instinktmatig, zoodat zij even goed door een jong als door een oud dier worden volbracht. Het volgende geval kan echter niet zoo worden beschouwd: een geloofwaardig natuuronderzoeker, de heer Gardner12, nam een strandkrab (Gelasimus) waar, terwijl zij haar hol maakte, en wierp er eenige schelpen naar toe. Een daarvan rolde in het hol, terwijl drie andere schelpen op weinige duimen van den ingang bleven liggen In ongeveer vijf minuten bracht de krab de naar binnen gevallen schelp weêr naar buiten en droeg haar ongeveer een voet ver weg; toen zag zij de drie andere schelpen liggen, en blijkbaar bedenkende, dat zij er ook in zouden kunnen rollen, droeg zij ze naar de plaats, waar zij de eerste had gelegd. Het zou, dunkt mij, moeielijk zijn deze handelingen te onderscheiden van een die door den mensch met behulp zijner rede wordt volbracht.