Note 23 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE INSEKTEN.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Orde der Gelijkvleugeligen (Homoptera) (3).—Ieder die in een woud tusschen de keerkringen heeft gewandeld, moet verbaasd zijn geweest over het geraas dat de mannetjes der Cicaden maakten. De wijfjes zijn stom, zooals de Grieksche dichter Xenarchus zegt: „Gelukkig leven de Cicaden, daar zij sprakelooze vrouwen hebben.” Het daardoor veroorzaakte rumoer kon duidelijk worden gehoord aan boord van de „Beagle”, toen deze op een vierde mijl afstands van de kust van Brazilië voor anker lag; en kapitein Hancock zegt, dat het op een afstand van een mijl kan worden gehoord. De Grieken sloten weleer de Cicaden ter wille van haar zang in kooien op, en de Chineezen doen zulks nog heden, zoodat hij in de ooren van sommige menschen aangenaam moet klinken.23 (4) De Cicadidae zingen gewoonlijk over dag, de Lantaarndragers (Fulgoridae) schijnen nachtzangers te zijn. Volgens Landois24, die dit onderwerp onlangs heeft bestudeerd, wordt het geluid voortgebracht door de trilling van de randen der spleten van de stigmata, die in beweging worden gebracht door een uit de luchtbuizen (tracheae) voortkomenden luchtstroom. Doch deze meening is vóór eenige jaren betwist. Dr. Powell schijnt te hebben bewezen25, dat het geluid wordt voortgebracht door de trilling van een vlies, dat door een bijzondere spier in werking wordt gebracht. Bij het levende insekt kan men, als het sjirpt, dit vlies zien trillen, en bij het doode insekt wordt het juiste geluid gehoord, wanneer aan de spier, als zij een weinig is gedroogd en verhard, met de punt van een speld wordt getrokken. Bij het wijfje is de muzikale toestel aanwezig, maar veel minder ontwikkeld dan bij het mannetje en wordt nimmer gebruikt om geluid voort te brengen. (5)