Note 16 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE INSEKTEN.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Er zijn echter uitzonderingen op den regel, dat de mannetjes der Insekten kleiner zijn dan de wijfjes, en van sommige dezer uitzonderingen kan men de oorzaak begrijpen. Lichaamsgrootte en kracht zullen een voordeel zijn voor de mannetjes die om het bezit der wijfjes vechten; en in deze gevallen, zooals bij het Vliegend Hert (Lucanus), zijn de mannetjes grooter dan de wijfjes. Er zijn echter andere kevers, die, voor zoover men weet, niet met elkander vechten, bij welke toch de mannetjes grooter zijn dan de wijfjes; en wij begrijpen de beteekenis van dit feit niet; in sommige dezer gevallen echter, zooals bij de groote Dynastes en Megasoma, kunnen wij ten minste inzien, dat er geen noodzakelijkheid bestond, dat de mannetjes kleiner waren dan de wijfjes, opdat zij vroeger rijp zouden zijn dan deze; want deze kevers hebben geen kort leven, en er blijft dus tijd genoeg over voor de paring der seksen. Zoo zijn ook de mannetjes der Waternimfen (Libellulidae) soms aanmerkelijk grooter en nooit kleiner dan de wijfjes16; en de heer MacLachlan gelooft, dat zij gewoonlijk met de wijfjes paren, voor er één of twee weken zijn voorbijgegaan, en voor zij de aan de mannetjes eigen kleuren hebben verkregen. Het merkwaardigste geval echter, dat ons toont, hoe ingewikkeld en gemakkelijk voorbij te zien de oorzaken dikwijls zijn, waarvan een zoo onbeduidend kenmerk, als een verschil in grootte tusschen de seksen, afhangt, leveren ons de Angeldragende Vliesvleugelige Insekten (Hymenoptera aculeata); want de heer F. Smith deelt mij mede, dat in bijna geheel die groote groep de mannetjes, in overeenstemming met den algemeenen regel, kleiner dan de wijfjes zijn en ongeveer een week vroeger dan deze uit de pop te voorschijn komen; onder de Bijen zijn echter de mannetjes van de honigbij (Apis mellifica), van Anthidium manicatum en Anthophora acervorum, en onder de Graafwespen (Fossores) de mannetjes van Methoca ichneumonides, grooter dan de wijfjes. De verklaring van deze afwijking is, dat bij deze soorten bij de paring het vliegen in de open lucht volstrekt noodzakelijk is, en de mannetjes veel kracht en een groote lichaamsgestalte noodig hebben om de wijfjes door de lucht met zich te dragen. De toeneming der lichaamsgrootte is hier verkregen in tegenspraak met de gewone betrekking tusschen de grootte en den duur van het ontwikkelingstijdperk; want hoewel de mannetjes grooter zijn, komen zij vroeger uit de pop dan de kleinere wijfjes.