Note 14 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE INSEKTEN.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
In de lagere klassen van het Dierenrijk schijnt de meerdere grootte van de wijfjes algemeen daarvan af te hangen, dat zij een verbazend groot aantal eieren voortbrengen; en dit gaat tot op zekere hoogte wellicht ook bij de Insekten door. Dr. Wallace heeft echter een veel waarschijnlijker verklaring voorgesteld. Hij vindt na zorgvuldig acht te hebben gegeven op de ontwikkeling van de rupsen van Bombyx Cynthia en Yama-Maju, en vooral van eenige dwerg-rupsen, opgekweekt uit een tweede broedsel met onnatuurlijk voedsel, „dat naar verhouding dat de individueele nachtvlinder fraaier is, ook de voor haar gedaanteverwisseling noodige tijd langer is; en dit is de reden, dat het wijfje, hetwelk zwaarder en grooter is, omdat zij haar talrijke eieren moet dragen, zal worden voorafgegaan door het mannetje, dat kleiner is en minder noodig heeft om rijp te worden.”14 Daar nu de meeste Insekten een kort leven hebben en daar zij aan vele gevaren zijn blootgesteld, zal het blijkbaar voordeelig voor het wijfje zijn om zoo spoedig mogelijk te worden bevrucht. Dit doel zal worden bereikt, als de mannetjes, doordat zij het eerst rijp worden, bij de komst der wijfjes in grooten getale gereed zijn, en dit zal op zijn beurt, zooals de heer A. R. Wallace heeft opgemerkt15, op natuurlijke wijze het gevolg zijn van de natuurlijke teeltkeus; want de kleinste mannetjes zullen het eerst rijp zijn, en dus een grooter aantal nakomelingen nalaten, die de mindere grootte hunner voorvaderen zullen overerven, terwijl de grootere mannetjes, omdat zij later rijp worden, minder nakomelingen zullen nalaten.