← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 9 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE INSEKTEN.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

In al de orden vertoonen de seksen van vele soorten verschillen waarvan men de beteekenis niet begrijpt. Eén merkwaardig geval is dat van een kever (fig. 25, 26) bij het mannetje waarvan de linker bovenkaak veel grooter is dan de rechter, zoodat de mond zeer misvormd is. Bij een anderen Loopkever, den Eurygnathus, hebben wij, voor zoover de heer Wollaston weet, het eenige geval, waarin het wijfje, hoewel in veranderlijke verhouding, een veel breeder en grooter kop bezit dan het mannetje. Een aantal dergelijke gevallen zouden hier kunnen worden opgenoemd. Zij zijn veelvuldig bij de Schubvleugelige Insekten (Lepidoptera); een der meest buitengewone is, dat bij vele Dagvlinders de voorpooten min of meer geatrophieerd zijn, zoodat de schenen (tibiae) en voeten (tarsi) in eenvoudige rudimentaire knobbels zijn overgegaan. Ook het beloop der vleugeladeren verschilt dikwijls bij de twee seksen9, en soms verschilt ook de vorm van den omtrek der vleugels aanmerkelijk, zooals bij den Aricoris epitus, die mij in het Britsch Museum door den heer A. Butler werd getoond. De mannetjes van sommige Zuid-Amerikaansche Dagvlinders hebben bosjes haar op de randen der vleugels en horenachtige uitwassen op de oppervlakte van het achterste paar.10 Bij verscheidene Britsche Dagvlinders zijn, zooals de heer Wonfor heeft aangetoond, alleen de mannetjes gedeeltelijk met bijzondere schubben bekleed. (1)

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings