← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 6 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE INSEKTEN.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

De voeten (tarsi) der voorpooten zijn bij de mannetjes van vele kevers uitgezet of met breede haarkussens voorzien en bij vele geslachten van Waterroofkevers zijn zij gewapend met een ronden platten zuiger, opdat het mannetje zich aan het glibberige lichaam van het wijfje zou kunnen vasthechten. Het is een veel meer ongewone omstandigheid, dat bij de wijfjes van sommige Waterroofkevers (Dytiscus) de dekschilden (elytra) diepe groeven bezitten en dat zij bij Acilius sulcatus dik met haren zijn bezet, om het mannetje te helpen. Bij de wijfjes van sommige andere Waterroofkevers (Hydroporus) vertoonen de dekschilden met het zelfde doel verdiepte stippels.6 Bij het mannetje van Crabro cribrarius (Fig. 23) is de scheen (tibia) tot een breede hoornachtige plaat uitgezet met kleine vliezige vlekken, die er een vreemd aanzien aan geven, gelijk aan dat van een zeef.7 Bij het mannetje van Penthe (een kevergeslacht) zijn eenige weinige van de middelste leedjes der sprieten (antennae) uitgezet en aan de ondervlakte van haarkussens voorzien, volkomen gelijkende op die aan de voeten der Loopkevers (Carabidae), „en blijkbaar tot het zelfde doel dienende.” Bij de mannetjes der Waternimfen, „zijn de aanhangsels aan het uiteinde van den staart gewijzigd volgens een bijna oneindige verscheidenheid van merkwaardige modellen om hen in staat te stellen den hals van het wijfje te vatten.” Eindelijk zijn bij de mannetjes van vele insekten de pooten van bijzondere stekels, knobbels en sporen voorzien, of de geheele poot is gebogen of verdikt; dit is echter in geenen deele altijd een seksueel kenmerk, of één paar of alle drie de paren zijn verlengd, somtijds in buitensporige mate.8

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings