Note 62 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE INSEKTEN.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
De heer Perrier maakt in zijn artikel „La Sélection sexuelle d’après Darwin” („Revue Scientifique”, Febr. 1873, blz. 868), zonder naar het schijnt veel over de zaak te hebben nagedacht, de tegenwerping, dat, daar men weet, dat de mannetjes van sociale bijen voortkomen uit onbevruchte eieren, zij geen nieuwe kenmerken op hun mannelijke nakomelingschap kunnen overbrengen. Dit is een buitengewone tegenwerping. Een vrouwelijke bij, bevrucht door een mannetje dat een of ander kenmerk bezat, waardoor de vereeniging der seksen gemakkelijker werd gemaakt, of dat hem aantrekkelijker voor het wijfje maakte, zal eieren leggen, waaruit alleen wijfjes zullen voortkomen; maar deze jonge wijfjes zullen het volgende jaar mannetjes voortbrengen; en zal men nu beweren, dat dergelijke mannetjes de kenmerken van hun grootvaders niet kunnen erven? Om een geval te nemen met gewone dieren, dat zoo dicht mogelijk daarbij komt: indien een wijfje van eenig wit viervoetig dier of vogel werd gekruist met een mannetje van zwart ras, en hun mannelijke en vrouwelijke jongen met elkander werden gepaard, zal men dan beweren, dat de kleinkinderen niet een aanleg tot zwartheid van hun grootvaders zouden kunnen erven? Het verkrijgen van nieuwe kenmerken door de onvruchtbare werkbijen is een veel moeielijker geval, maar ik heb in mijn „Ontstaan der Soorten” trachten aan te toonen, op welke wijze deze onvruchtbare wezens worden onderworpen aan de macht der natuurlijke teeltkeus. ↑