← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 67 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE INSEKTEN.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Al de tot dusverre vermelde gevallen hebben betrekking op Bladsprietige Kevers (Lamellicornia); ook de mannetjes van eenige weinige andere Kevers, tot twee zeer verschillende groepen, namelijk de Snuitkevers (Curculionidae) en Kortschilden (Staphylinidae) behoorende, zijn echter van horens voorzien,—bij de eerste op de benedenste oppervlakte van het lichaam67, bij de laatste op de bovenste oppervlakte van den kop en het borststuk. Bij de Kortschilden (Staphylinidae) zijn de horens bij de mannetjes van eene en de zelfde soort buitengewoon veranderlijk, juist zooals wij bij de Bladsprietigen (Lamellicornia) hebben gezien. Bij Siagonium hebben wij een geval van dimorphisme: want de mannetjes kunnen in twee afdeelingen worden verdeeld, die sterk in lichaamsgrootte en in de ontwikkeling hunner horens verschillen, zonder eenige tusschenbeidenstaande overgangsvormen. Bij eene soort van Bledius (Fig. 50 en 51), die ook tot de Kortschilden (Staphylinidae) behoort, kunnen, gelijk Professor Westwood getuigt, mannelijke voorwerpen op een en de zelfde plaats worden gevonden, „bij welke de middelste hoorn van het borststuk zeer groot is, maar de horens op den kop geheel rudimentair zijn, en andere bij welke de hoorn op het borststuk veel korter is, terwijl de uitsteeksels op den kop lang zijn.”68 Hier hebben wij dus blijkbaar een voorbeeld van compensatie van groei, dat licht werpt op het juist vermelde merkwaardige geval van het verlies der bovenste horens bij Onitis furcifer.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings