← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 60 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE INSEKTEN.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

In deze orde zijn geringe verschillen in kleur volgens de sekse gemeen; maar in ’t oog loopende verschillen zijn zeldzaam, behalve in de familie der Bijen; echter zijn beide seksen van zekere groepen zoo schitterend gekleurd,—bijvoorbeeld die van de Goudwespen (Chrysis) bij welke vermiljoen en metaalglanzend groen de overhand hebben,—dat wij in verzoeking komen om zulks voor een gevolg der seksueele teeltkeus te houden. Bij de Sluipwespen (Ichneumonidae) zijn volgens den heer Walsh60 de mannetjes bijna algemeen lichter gekleurd dan de wijfjes. Bij de Bladwespen (Tenthredinidae) daarentegen zijn de mannetjes over het algemeen donkerder dan de wijfjes. Bij de Houtwespen (Siricidae) verschillen de seksen dikwijls; zoo heeft het mannetje van Sirex juvencus oranje banden over het lichaam, terwijl het wijfje donker purperkleurig is; maar het is moeielijk te zeggen, welke sekse het meest versierd is. Bij de Tremex columbae is het wijfje veel levendiger gekleurd dan het mannetje. Bij de Mieren zijn, naar de heer F. Smith mij mededeelde, de mannetjes van verscheidene soorten zwart, terwijl de wijfjes bruinachtig zijn. In de familie der Bijen, vooral bij de eenzaam levende soorten, verschillen, naar ik van den zelfden uitnemenden insektenkenner hoor, de seksen dikwijls in kleur. De mannetjes zijn over het algemeen het levendigst gekleurd, en bij Bombus, zoowel als bij Apathus, veel veranderlijker van kleur dan de wijfjes. Bij Anthophora retusa is het mannetje van een rijk roodachtig bruin, terwijl het wijfje geheel zwart is; evenzoo zijn de wijfjes van onderscheidene soorten van Xylocopa zwart, terwijl de mannetjes helder geel zijn.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings