← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 57 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE INSEKTEN.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Orde der Vliesvleugeligen (Hymenoptera).—Bij de beschrijving der levenswijze van een Graafwesp (Cerceris), merkt de heer Fabre57, die onovertreffelijke waarnemer, op, dat „veelvuldig gevechten plaats grijpen tusschen de mannetjes om het bezit van het eene of andere bijzondere wijfje, dat schijnbaar, alsof zij er niet in was betrokken, naar den strijd om de oppermacht zit te kijken, en, als de overwinning is beslist, bedaard wegvliegt in gezelschap van den overwinnaar.” Westwood58 zegt, dat de mannetjes van een der Bladwespen (Tenthredinidae) „te zamen vechtende met toegeklemde bovenkaken zijn gevonden.” Daar de heer Fabre zegt, dat de mannetjes van Cerceris een bijzonder wijfje trachten te verkrijgen, is het goed ons te herinneren, dat insekten, tot deze orde behoorende, het vermogen bezitten om elkander na lange tusschenruimten van tijd te herkennen, en zeer aan elkander zijn gehecht. Pierre Huber, wiens nauwkeurigheid niemand betwijfelt, scheidde bijvoorbeeld eenige mieren, en toen zij na een tusschenruimte van eenige maanden andere ontmoetten, die vroeger tot de zelfde vereeniging hadden behoord, herkenden zij elkander wederkeerig en liefkoosden elkander met haar sprieten. Waren zij vreemdelingen geweest, dan zouden zij te zamen hebben gevochten. Als daarentegen twee vereenigingen elkander slag leveren, vallen de mieren van de eene partij elkander soms in de algemeene verwarring aan; maar spoedig bemerken zij haar dwaling en dan liefkoost de eene mier de andere.59

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings