← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 43 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE INSEKTEN.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Er is ééne uitzondering op den regel, dat de wijfjes in deze drie families geen bruikbaar muziekinstrument bezitten; want bij Ephippiger (een der Sabelsprinkhanen) zegt men43, dat beide seksen daarvan voorzien zijn. Dit geval kan worden vergeleken bij dat van het rendier, de eenige soort van hert bij welke beide seksen horens bezitten. Hoewel de wijfjes der Rechtvleugeligen dus bijna zonder uitzondering stom zijn, vond Landois44 toch rudimenten van sjirporganen aan de dijen der vrouwelijke Veldsprinkhanen, en dergelijke rudimenten aan het ondervlak der voorvleugels van de vrouwelijke Krekels; maar hij slaagde er niet in om dergelijke rudimenten te vinden bij de wijfjes van Decticus, een der Sabelsprinkhanen. Bij de Gelijkvleugeligen bezitten de stomme wijfjes der Cicaden het eigenaardige muziekinstrument in onontwikkelden staat; en wij zullen later in andere afdeelingen van het dierenrijk tallooze voorbeelden ontmoeten van deelen die aan het mannetje eigen zijn, doch in rudimentairen toestand ook bij het wijfje worden gevonden. Dergelijke gevallen schijnen op het eerste gezicht aan te toonen, dat de beide seksen oorspronkelijk op de zelfde wijze gebouwd waren, doch dat zekere organen later door de wijfjes verloren werden. Het is echter een meer waarschijnlijke meening, zooals vroeger is verklaard, dat bedoelde organen door de mannetjes werden verkregen en gedeeltelijk op de wijfjes overgebracht.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings