Note 38 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE INSEKTEN.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Wij zien derhalve, dat het muziekinstrument meer is gedifferentieerd en gespecialiseerd bij de Sabelsprinkhanen, waartoe ik geloof, dat de krachtigste muzikanten van de orde behooren, dan bij de Krekels, bij welke beide voorvleugels het zelfde maaksel hebben en tot de zelfde functie dienen.38 Landois ontdekte echter bij een der Sabelsprinkhanen, namelijk bij Decticus, een korte en smalle rij kleine tanden, bloote rudimenten, op de ondervlakte van den rechtervoorvleugel, die onder den anderen ligt en nooit als strijkstok wordt gebruikt. Ik nam het zelfde rudimentaire deel waar aan de onderzijde van den rechtervoorvleugel bij Phasgonura viridissima. Wij mogen hieruit gerust afleiden, dat de Sabelsprinkhanen afstammen van een vorm, bij welken, evenals bij de hedendaagsche Krekels, beide voorvleugels aan de ondervlakte gezaagde aderen bezaten en beide even goed als strijkstok konden worden gebruikt, maar dat bij de Sabelsprinkhanen de beide voorvleugels trapsgewijze zijn gedifferentieerd en volkomener gemaakt, volgens het beginsel van verdeeling van den arbeid, de eene om uitsluitend de rol van strijkstok, de andere om die van viool te vervullen. Op welke wijze de eenvoudiger inrichting bij de Krekels ontstond, weten wij niet; het is echter waarschijnlijk, dat de basale deelen der voorvleugels elkander vroeger evenals tegenwoordig overdekten, en dat de wrijving der aderen een knarsend geluid voortbracht, zooals ik zie, dat nu het geval met de voorvleugels is.39 Een dergelijk knarsend geluid, nu en dan eens bij toeval door de mannetjes gemaakt, kan, als het hen, al was het maar nog zoo weinig, diende als een loktoon voor de wijfjes, gemakkelijk door de seksueele teeltkeus zijn versterkt, doordat gepaste wijzigingen in de ruwheid der aderen voortdurend behouden bleven.