← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 37 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE INSEKTEN.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Bij de Sabelsprinkhanen (Locustidae) verschillen de tegenovergestelde voorvleugels in maaksel (Fig. 30, 31, 32), en kunnen niet, gelijk in de vorige familie, op omgekeerde wijze worden gebruikt. De linkervleugel, die als de strijkstok van de viool werkt, ligt over den rechtervleugel die de viool zelf voorstelt. Een der aderen (a, Fig. 31) aan de ondervlakte van den eersten is fijn gezaagd en wordt gestreken over de vooruitstekende aderen aan de onderste oppervlakte van den tegenovergestelden of rechtervleugel. Bij onze Britsche Phasgonura viridissima scheen het mij toe, dat de gezaagde ader wordt gewreven tegen den afgeronden achterhoek van den tegenovergestelden vleugel, waarvan de rand verdikt, bruin gekleurd en zeer scherp is. Aan den rechtervleugel, maar niet aan den linker-, is een klein plaatje, zoo doorzichtig als talk, door aderen omgeven en spiegel (speculum) genaamd. Bij Ephippiger vitium een lid van de zelfde familie, hebben wij een merkwaardige ondergeschikte wijziging; want bij dezen zijn de voorvleugels sterk in grootte afgenomen, maar „het achterste gedeelte van het voorborststuk (prothorax) verheft zich als een soort van koepeldak over de voorvleugels en deze inrichting dient waarschijnlijk tot versterking van het geluid.”37 (7)

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings