Note 44 — OVER DE VERWANTSCHAPPEN EN DEN STAMBOOM VAN DEN MENSCH.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
De vereeniging der Tunicata met de Gewervelde Dieren werd door verdere stappen gevolgd. In 1866 toonde Kowalewski aan, dat de merkwaardige zeeworm Balanoglossus (er komen daarvan soorten voor in de golf van Napels en aan de Atlantische kusten van Amerika en van Bretagne) kieuwspleten bezit, met die der Manteldieren en Gewervelde Dieren overeenkomende. Latere onderzoekingen van Bateson bewezen, dat Balanoglossus in den embryonalen toestand een darmuitstulping bezit, die mogelijkerwijze met een korte ruggestreng vergelijkbaar is, en zijn centraal-zenuwstelsel gedeeltelijk buisvormig is, en wat plaatsing en wijze van oorspronkelijke ontwikkeling aangaat, met dat van de Manteldieren en Gewervelde Dieren overeenstemt. Het is dus onmogelijk Balanoglossus een plaats naast de Manteldieren en Gewervelde Dieren te ontzeggen, en hij behoort in de zelfde hoofdgroep als deze te worden geplaatst. Wij zullen die hoofdgroep liever met Balfour Chordata dan met Lankester Vertebrata noemen. Onderzoekingen in den laatsten tijd door Harmer gedaan omtrent Cephalodiscus, zullen het noodig maken ook dien vorm en naar alle waarschijnlijkheid ook Rhabdopleura, nevens Balanoglossus onder de Chordata op te nemen.44