Note 38 — OVER DE VERWANTSCHAPPEN EN DEN STAMBOOM VAN DEN MENSCH.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Het is mij wel eens ingevallen, of de in de Miocene vorming gevonden, uiterst ruw bewerkte vuursteenen en de door den heer Desnoyers ontdekte insnijdingen wellicht afkomstig konden zijn, niet van menschen, maar van nog half-aapachtige voorouders van den mensch die reeds wat verder ontwikkeld waren dan de tegenwoordige apen, welke laatste, zooals men weet, steenen als werktuigen bezigen, zonder ze echter te bewerken. Er moeten tusschentrappen zijn geweest waarop de voorouders van den mensch verstandelijk vrij wat hooger ontwikkeld waren dan de Apen, doch nog steeds veel lager stonden, dan de ruwsten der tegenwoordige wilden. Het zelfde denkbeeld is, lang nadat deze opmerking in de eerste uitgaaf van dit werk verscheen, ook gemaakt door G. de Mortillet, die de tertiaire vuursteenwerktuigen toeschrijft aan „le précurseur de l’homme”, wellicht Dryopithecus Fontani. Men vergelijke o.a. „Isis”, 1878, blz. 317.38 Dryopithecus Fontani is echter later gebleken geenszins nader met den mensch verwant te wezen dan de thans nog levende anthropomorphen, zoodat „le précurseur de l’homme” blijkbaar een hooger ontwikkeld wezen dan Dryopithecus moet zijn geweest. Daar de tertiaire vuursteenen die men voor bewerkt houdt, sporen van de inwerking van het vuur vertoonen, zou deze voorganger van den mensch met het gebruik van het vuur bekend moeten zijn geweest, waarop ook de in de Sables de l’Orléans gevonden, kool bevattende bal wijst. De tegenwoordige apen, zelfs de anthropomorphen, warmen zich wel bij het door den mensch ontstoken vuur, maar verstaan de kunst niet om het aan te houden door de toevoeging van nieuwe brandstof, of om het te maken. Het verhaal door Emin Pacha aan Stanley gedaan (zie „In Afrika’s donkere wildernissen”, Dl. I, blz. 494), dat de chimpanzees uit het woud van Msongwa ’s nachts fakkels gebruiken om hun weg te verlichten, als zij vruchten uit de aanplantingen komen stelen, houden wij voor een sprookje. Het verhaal komt wel in het Engelsche origineele werk („In Darkest Africa”, vol. I, blz. 423) voor, maar ontbreekt, zonderling genoeg, in de Duitsche vertaling.