← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 30 — OVER DE VERWANTSCHAPPEN EN DEN STAMBOOM VAN DEN MENSCH.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

De oudste stamvormen van het Onder-rijk der Gewervelde Dieren, waarvan wij in staat zijn een duister denkbeeld te verkrijgen, bestonden, naar het schijnt, in een groep van zeedieren30, op de larven der tegenwoordige Zakpijpen (Ascidiae) gelijkende. Deze dieren gaven waarschijnlijk het aanzijn aan een groep Visschen, even laag georganiseerd als de Slakprik; en uit deze moeten zich de Ganoïden en andere op Lepidosiren gelijkende Visschen hebben ontwikkeld. Van zulk een visch zou een zeer kleine vooruitgang ons tot de Amphibieën leiden. Wij hebben gezien, dat er eens een innig verband heeft bestaan tusschen Vogels en Reptielen, en de Snaveldieren (Monotremata) verbinden nog heden in geringe mate de Zoogdieren met de Reptielen. Niemand kan echter op dit oogenblik zeggen, door welke afstammingslijn de drie hoogere verwante klassen, namelijk de Zoogdieren, Vogels en Reptielen, zijn ontstaan uit een der beide lagere klassen van Gewervelde Dieren, namelijk de Amphibieën en de Visschen. In de klasse der Zoogdieren zijn de stappen niet moeielijk te begrijpen, die van de oude Snaveldieren (Monotremata) tot de oude Buideldieren (Marsupialia) en van deze tot de voormalige stamouders der Placentale Zoogdieren leiden. Wij kunnen op die wijze opklimmen tot de Lemuriden, en deze worden door geen wijde tusschenruimte van de Ware Apen (Simiadae) gescheiden. De Ware Apen (Simiadae) vertakten zich toen in twee groote stammen, de Apen der Nieuwe Wereld en de Apen der Oude Wereld; en uit den laatsten kwam, in een lang geleden tijdperk, de Mensch, het wonder en de roem van het Heelal, voort. (21)

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings