Note 22 — OVER DE VERWANTSCHAPPEN EN DEN STAMBOOM VAN DEN MENSCH.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Eindelijk wijkt één enkel lid van de uitgebreide en zeer verschillend gevormde klasse der visschen, de Slakprik of Amphioxus, in maaksel zoozeer van alle andere visschen af, dat Haeckel volhoudt, dat het een afzonderlijke klasse van het onder-rijk der Gewervelde Dieren behoorde te vormen. Deze visch is merkwaardig wegens zijn negatieve kenmerken; men kan moeielijk zeggen, dat hij hersenen, of hart enz. bezit, zoodat hij door de oudere natuuronderzoekers onder de wormen werd gerangschikt. Vele jaren geleden merkte Prof. Goodsir op, dat de slakprik eenige punten van verwantschap vertoonde met de Zakpijpen (Ascidiae), ongewervelde, tweeslachtige (hermaphroditische) zeedieren, die voortdurend aan een steunsel zijn bevestigd. Zij gelijken nauwelijks op dieren en bestaan uit een eenvoudigen, harden, lederachtigen zak, met twee vooruitstekende openingen. Zij behooren tot de Molluscoïda van Huxley,—een lagere afdeeling van het groote onder-rijk der Weekdieren (Mollusca);—maar zij zijn sedert korten tijd door sommige natuuronderzoekers onder de Wormen (Vermes) geplaatst. Haar larven gelijken in vorm eenigszins op de maskers van kikvorschen22, en bezitten het vermogen om vrij rond te kunnen zwemmen. De heer Kowalewski23 heeft onlangs ontdekt, dat de larven der Zakpijpen (Ascidiae) verwant zijn met de Gewervelde Dieren in hun wijze van ontwikkeling, in de betrekkelijke ligging van het zenuwstelsel, en door het bezit van een deel, dat zeer veel gelijkt op de chorda dorsalis der Gewervelde Dieren. Het schijnt dus, als wij mogen afgaan op de embryologie, die altijd gebleken is de veilige gids te zijn voor de klassificatie, dat wij eindelijk een leiddraad hebben naar de bron waaruit de Gewervelde Dieren zijn gesproten.24 Wij zouden dus recht hebben om aan te nemen, dat er in een uiterst lang geleden tijdperk een groep van dieren bestond, die in vele opzichten op de larven der tegenwoordige Zakpijpen (Ascidiae) geleek, en zich in twee groote takken splitste,—waarvan de eene in ontwikkeling achteruitging en de tegenwoordige klasse der Zakpijpen (Ascidiae) voortbracht, terwijl de andere opsteeg tot de kroon en het toppunt van het Dierenrijk, door het aanzijn te geven aan de Gewervelde Dieren. (15)