Note 20 — OVER DE VERWANTSCHAPPEN EN DEN STAMBOOM VAN DEN MENSCH.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Bij onze pogingen om den stamboom der zoogdieren, en derhalve ook dien van den mensch, nog lager in de reeks te vervolgen, worden wij door hoe langer hoe grooter wordende duisternis omgeven. Hij die wenscht te zien wat scherpzinnigheid en kennis tot stand kunnen brengen, raadplege Prof. Haeckel’s werken.20 Ik zal mij tevreden stellen met eenige weinige algemeene opmerkingen. Ieder aanhanger der ontwikkelingstheorie zal aannemen, dat de vijf groote klassen van Gewervelde Dieren, namelijk de Zoogdieren, Vogels, Reptielen, Amphibieën en Visschen, allen gezamenlijk van een enkelen grondvorm afstammen want zij hebben vele gemeenschappelijke kenmerken, vooral gedurende den embryonalen staat. Daar de klasse der Visschen de laagst georganiseerde is en vroeger dan de andere op aarde verscheen, mogen wij besluiten, dat al de leden van het onder-rijk der Gewervelde Dieren afstammen van een of ander op een visch gelijkend dier, minder hoog georganiseerd dan eenige visch die tot dusverre in de laagste formaties die bekend zijn, is gevonden. Het geloof dat dieren, zoo verschillend als een aap of olifant en een kolibri, een slang, een kikvorsch en een visch, enz., allen kunnen zijn voortgekomen uit de zelfde stamouders, zal monsterachtig schijnen aan hen, die geen acht hebben geslagen op de vorderingen, die de natuurlijke geschiedenis in de laatste jaren heeft gemaakt. Want dit geloof sluit in zich het voormalig bestaan van tusschenvormen, welke al die thans zoo uiterst ongelijke vormen nauw met elkander verbonden.