← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 17 — OVER DE VERWANTSCHAPPEN EN DEN STAMBOOM VAN DEN MENSCH.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

De groote gaping in de organische reeks tusschen den mensch en zijn naaste verwanten, die door geen uitgestorven of levende soort kan worden aangevuld, is dikwerf aangemerkt als een ernstig bezwaar tegen het geloof dat de mensch van den eenen of anderen lageren vorm afstamt, maar dit bezwaar zal niet zeer gewichtig toeschijnen aan hen die, door algemeene redenen overtuigd, in het algemeene beginsel van ontwikkeling gelooven. Men ontmoet elk oogenblik gapingen in alle deelen van de reeks, sommige wijd en scherp begrensd, andere in verschillende mate minder sterk uitgesproken; zooals tusschen den orang en zijn naaste verwanten; tusschen Tarsius en de overige Lemuriden; tusschen den olifant, en in nog sterkere mate tusschen de Snaveldieren (Ornithorhynchus of Echidna) en de overige Zoogdieren. Al deze gapingen hangen echter alleen af van het aantal verwante vormen dat is uitgestorven. In een toekomstig tijdperk, niet zoo verwijderd, als men het bij eeuwen meet, zullen de beschaafde menschen bijna zeker de wilde rassen over de geheele wereld uitgeroeid en hun plaats ingenomen hebben. In het zelfde tijdperk zullen de anthropomorphe apen, zooals Professor Schaaffhausen heeft opgemerkt17, ongetwijfeld ook zijn uitgeroeid. De gaping zal dan nog wijder zijn geworden; want zij zal bestaan tusschen den mensch in een beschaafder staat, naar wij mogen hopen, dan de Kaukasiër, en den eenen of anderen aap, zoo laag ontwikkeld als de baviaan, in plaats van, zooals tegenwoordig, tusschen den neger of Nieuw-Hollander en den gorilla.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings