← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 15 — OVER DE VERWANTSCHAPPEN EN DEN STAMBOOM VAN DEN MENSCH.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Ieder natuuronderzoeker die gelooft in het beginsel van ontwikkeling, zal toestemmen, dat de twee hoofdgroepen der Simiadae, namelijk de Catarrhinen en Platyrrhinen, met hun ondergroepen, alle uit een enkelen zeer ouden stamvader zijn voortgesproten. De vroege afstammelingen van dien stamvader moeten, vóór zij op eenigszins belangrijke wijze van elkander waren afgeweken, nog een enkele natuurlijke groep hebben gevormd; maar sommige van de soorten of beginnende geslachten moeten door hun uiteenloopende kenmerken reeds eenigszins de toekomstige onderscheidingsteekenen van de groepen der Catarrhinen en Platyrrhinen hebben vertoond. De leden van deze onderstelde oude groep moeten dus niet zoo gelijkvormig zijn geweest in hun tandstelsel en in het maaksel hunner neusgaten, als het de tegenwoordige Catarrhinen eenerzijds en de Platyrrhinen anderzijds zijn, maar zij moeten in dit opzicht hebben geleken op de verwante Lemuriden, die zeer van elkander afwijken in den vorm van hun snoet15, en op buitengewone wijze in hun tandstelsel.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings