Note 13 — OVER DE VERWANTSCHAPPEN EN DEN STAMBOOM VAN DEN MENSCH.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
De anthropomorphe apen, namelijk de gorilla, de chimpanzee, de orang en de gibbons worden door de meeste natuuronderzoekers als een afzonderlijke onder-groep van de overige apen der Oude Wereld afgescheiden. Ik weet, dat Gratiolet, zich grondende op het maaksel der hersenen, het bestaan van deze onder-groep niet aanneemt; en ongetwijfeld vormt zij geen goed geheel; zoo is de orang, gelijk de heer St. George Mivart opmerkt13, „een der meest bijzondere en afwijkende vormen, die in de geheele Orde worden gevonden.” De overige, niet-anthropomorphe Apen der Oude Wereld worden door sommige natuuronderzoekers weder verdeeld in twee of drie kleinere onder-groepen, waarbij dan de Slankapen (Semnopithecus) met hun eigenaardige in zakken verdeelde maag (7) het type van één dier onder-groepen zijn. Het schijnt echter, volgens Gaudry’s wondervolle ontdekkingen in Attika, dat er gedurende de Miocene periode een vorm leefde die de Slankapen (Semnopithecus) met het geslacht Macacus verbond (8), en dit is waarschijnlijk een voorbeeld van de wijze, waarop de andere en hoogere groepen eens ineensmolten.