Note 10 — OVER DE VERWANTSCHAPPEN EN DEN STAMBOOM VAN DEN MENSCH.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Men moet niet onderstellen, dat de punten van overeenkomst tusschen den mensch en sommige apen in de bovengenoemde en vele andere opzichten—zooals in het bezit van een naakt voorhoofd, lange haarlokken op het hoofd, enz.—allen het gevolg zijn van onafgebroken overerving van een gemeenschappelijken voorvader welke die kenmerken bezat, of van een later atavisme. Het is waarschijnlijker, dat de oorzaak van vele dezer punten van overeenkomst moet worden gezocht in analoge variatie, die, zooals ik elders heb trachten aan te toonen10, het gevolg is van de inwerking van gelijksoortige, tot wijzigingen aanleiding gevende oorzaken, op organismen die van een zelfden stamvorm afstammen en een gelijksoortige lichaamsgesteldheid bezitten. Wat de overeenstemmende richting van het haar op de voorarmen van den mensch en van zekere apen aangaat, zoo moet dit kenmerk, daar het aan bijna al de anthropomorphen gemeen is, waarschijnlijk aan overerving worden toegeschreven; schoon zulks niet zeker is, want ook eenige zeer van hen verschillende Amerikaansche apen bezitten het eveneens. De zelfde opmerking is toepasselijk op den staarteloozen toestand van den mensch; want de staart ontbreekt bij al de anthropomorphen. Toch kan dit kenmerk niet met zekerheid aan overerving worden toegeschreven, daar de staart, hoewel niet ontbrekende, echter rudimentair is bij verscheidene andere apen uit de Oude Wereld en bij sommige uit de Nieuwe Wereld, en geheel ontbreekt bij verscheidene soorten van de verwante groep der Lemuriden.