← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 6 — OVER DE VERWANTSCHAPPEN EN DEN STAMBOOM VAN DEN MENSCH.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Het gelaat van vele apen is versierd met een baard, met bakkebaarden of knevels. Het hoofdhaar wordt bij sommige soorten van slankapen (Semnopithecus) zeer lang6, en bij den muts-aap (Macacus radiatus) loopt het straalsgewijze van een punt op de kruin van het hoofd uit, met een scheiding in het midden, evenals bij den mensch. Men zegt gewoonlijk, dat het voorhoofd den mensch zijn edel en verstandig uiterlijk geeft, maar het dikke haar op den kop van den muts-aap eindigt aan de benedenzijde plotseling, en wordt door zulk kort en fijn haar of dons opgevolgd, dat op geringen afstand gezien, het voorhoofd, met uitzondering der wenkbrauwen, geheel naakt schijnt. Men heeft ten onrechte wel eens beweerd, dat geen enkele aap wenkbrauwen bezit. Bij de zooeven genoemde soort verschilt de graad van naaktheid bij verschillende individu’s, en Eschricht7 verzekert, dat bij onze kinderen de afscheiding tusschen de behaarde schedelhuid en het naakte voorhoofd soms niet scherp begrensd is; zoodat wij hier een klein voorbeeld hebben van terugkeer tot het type van een voorvader (atavisme) bij wien het voorhoofd nog niet, zooals thans, geheel naakt was geworden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings