← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 56 — OVER DE VERWANTSCHAPPEN EN DEN STAMBOOM VAN DEN MENSCH.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Merkwaardig is het, dat zij daarbij (ibid., blz. 148) de zelfde opmerking maakt, die ook Darwin is ingevallen, omtrent het zoogen der jongen door het mannetje: „Cependant il prend grand soin de sa progéniture: si la mère lui donne la naissance, le mâle contribue avec elle á la nourrir, car ses mammelles sont encore lactifères.”

Dr. E. Krause te Berlijn (Carus Sterne) komt in Humboldt, Juni 1888, blz. 236, met heftigheid op tegen de onderstelling dat bij de zoogdieren ooit de mannetjes de jongen zouden hebben gezoogd. „Met het zelfde recht”, zegt hij, „als men uit de tepels van den man besluit, dat zijn stamvorm de jongen mede heeft gezoogd, zou men uit zijn rudimentaire baarmoeder (de recula prostatica) kunnen besluiten, dat vroeger niet de vrouwen, maar de mannen de kinderen ter wereld hebben gebracht; want dit orgaan behoort geheel en al tot de zelfde categorie van organen die door overerving van de eene sekse op de andere zijn overgebracht, als de borstklieren.” ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings