Note 53 — OVER DE VERWANTSCHAPPEN EN DEN STAMBOOM VAN DEN MENSCH.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
De dertiende, veertiende en vijftiende trap komen in de 8ste uitgaaf der „Natürl. Schöpfungsgeschichte”, 1889, als vijftiende, zestiende en zeventiende trap voor onder nieuwe namen, namelijk:
Vijftiende trap: Stegocephalen of Amphibieën met blijvende kieuwen; onze oudste voorouders uit de klasse der Amphibieën zouden tot de Stegosauriërs hebben behoord, en waarschijnlijk uit de groepen der Archegosauriërs en Branchiosauriërs.
Zestiende trap: Salamandrinen of Gestaarte Amphibieën.
Zeventiende trap: Proreptiliën of Protamniën. Verwant met de fossiele Protecosauriërs en de levende Hatteria.
Nu volgt een nieuwe
Achttiende trap: Zoogdier-reptielen of Theriosauriërs. Van deze groep zijn verschillende fossiele leden bekend.
De Stamzuigers of Promammaliën (boven de zestiende trap) worden thans de negentiende trap, zoodat er in het geheel vijf-en-twintig trappen (in plaats van twee-en-twintig) worden genoemd. ↑