Note 46 — OVER DE VERWANTSCHAPPEN EN DEN STAMBOOM VAN DEN MENSCH.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Van epi, op, en pleura, zijde, dus zijdelingsche plooi. De epipleurale plooi, bij den jongen Amphioxus nog afwezig, ontstaat als parig orgaan langs de voorste helft ter weêrszijden van het lichaam, en groeit benedenwaarts. Zij vormt zijdelingsche overkappingen van de mondopening, alsmede een bedekking van de talrijke kieuwspleten, en haar beide deelen groeien in de mediaanlijn aan de buikzijde te zamen tot ééne onparige plooi, behalve op één punt, dat tot den porus branchialis wordt. ↑