← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 30 — OVER DE VERWANTSCHAPPEN EN DEN STAMBOOM VAN DEN MENSCH.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Alle levensfuncties vertoonen een neiging om haar loop te voleindigen in vaste en terugkeerende perioden, en bij stranddieren zullen die perioden waarschijnlijk van de schijngestalten der maan afhankelijk zijn; want dergelijke dieren moeten op het droge gelaten of met diep water bedekt zijn, overvloedig of karig voedsel hebben gekregen,—gedurende tallooze geslachten, op regelmatig terugkeerende, van de schijngestalten der maan afhankelijke tijden. Indien derhalve de Gewervelde dieren afstammen van stranddieren, met de tegenwoordig levende Zakpijpen (Ascidiae) verwant, wordt het geheimzinnige feit verklaarbaar, dat bij de hoogere en tegenwoordig het land bewonende Gewervelde Dieren, om andere klassen niet te vermelden, vele normale en abnormale levensprocessen hun loop voleindigen volgens perioden, die van de schijngestalten der maan afhankelijk zijn. Een terugkeerende periode zou, eens verkregen zijnde, als zij bij benadering den juisten tijd duurde, voor zoover wij er over kunnen oordeelen, niet aan verandering onderhevig zijn; bijgevolg zou zij dus overgaan gedurende een bijna onbeperkt aantal generaties. Indien deze gevolgtrekking kon worden bewezen steek te houden, zou zij merkwaardig zijn; want wij zouden dan zien, dat de tijd der zwangerschap van elk zoogdier en de tijd noodig voor het uitbroeden der eieren van elken vogel, en vele andere levensprocessen, nog het oorspronkelijke vaderland dezer dieren verrieden. (20) ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings