Note 18 — OVER DE MENSCHENRASSEN.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Ieder natuuronderzoeker die het ongeluk heeft gehad om de beschrijving te ondernemen van een groep organismen die zeer veel verscheidenheid vertoonen, heeft gevallen ontmoet (ik spreek bij ondervinding) volkomen gelijk aan dat van den mensch; en, indien hij voorzichtig van aard is, zal hij ten laatste al de vormen die in elkander overgaan, tot een enkele soort vereenigen; want hij zal tot zich zelf zeggen, dat hij geen recht heeft om namen te geven aan voorwerpen die hij niet kan bepalen. Gevallen van deze soort komen voor in de orde waartoe de mensch behoort, namelijk bij zekere geslachten van apen; terwijl bij andere geslachten, zooals bij de Meerkatten (Cercopithecus), de meeste soorten met zekerheid kunnen worden bepaald. Bij het Amerikaansche geslacht Cebus worden de verschillende vormen door sommige natuuronderzoekers als soorten, door andere eenvoudig als geographische rassen beschouwd. Indien men nu talrijke voorwerpen van Cebus uit alle deelen van Zuid-Amerika bijeenverzamelde, en dan bevond, dat die vormen welke tegenwoordig als soortelijk verschillend worden beschouwd, door langzame overgangen met elkander waren verbonden, zouden zij door de meeste natuuronderzoekers eenvoudig als verscheidenheden of rassen worden beschouwd en zoo heeft het grootste gedeelte der natuuronderzoekers ten opzichte der menschenrassen gehandeld. Toch moet men bekennen, dat er vormen zijn, ten minste in het Plantenrijk18, die wij niet kunnen vermijden soorten te noemen, doch die, onafhankelijk van bastaardvorming, door tallooze overgangsvormen zijn verbonden.