← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 17 — OVER DE MENSCHENRASSEN.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

De gewichtigste van alle bewijsgronden tegen het beschouwen van de menschenrassen als verschillende soorten, is echter, dat zij trapsgewijze, in vele gevallen, voor zoover wij kunnen oordeelen, onafhankelijk van hun onderlinge kruising, door trapsgewijze overgangen worden verbonden. De mensch is zorgvuldiger bestudeerd, dan eenig ander organisch wezen; en toch heerscht onder bevoegde rechters het grootste verschil van gevoelen, of hij als ééne soort of ras moet worden beschouwd, of als twee (Virey) (12), als drie (Jacquinot), als vier (Kant), vijf (Blumenbach), zes (Buffon), zeven (Hunter), acht (Agassiz), elf (Pickering), vijftien (Bory St. Vincent), zestien (Desmoulins), twee-en-twintig (Morton), zestig (Crawfurd), of als drie-en-zestig, volgens Burke17 (13). Dit verschillend oordeel bewijst niet, dat de rassen niet als soorten moeten worden gerangschikt, maar het bewijst, dat zij in elkander overgaan, en dat het nauwelijks mogelijk is duidelijke onderscheidende kenmerken tusschen hen te vinden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings