Note 15 — OVER DE MENSCHENRASSEN.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Laten wij thans de zaak uit een tegenovergesteld oogpunt beschouwen. Als onze onderstelde natuuronderzoeker onderzocht, of de vormen van den mensch evenals gewone soorten onverbasterd naast elkander bleven voortbestaan, als zij in een en het zelfde land in groot aantal dooreengemengd leefden, zou hij dadelijk ontdekken, dat dit geenszins het geval is. In Brazilië zou hij een hoogst talrijke bastaardbevolking van Negers en Portugeezen zien; in Chili en andere deelen van Zuid-Amerika zou hij zien, dat de geheele bevolking bestond uit Indianen en Spanjaarden in verschillende graden met elkander gekruist.15 In vele deelen van het zelfde vasteland zou hij de meest samengestelde kruisingen tusschen Negers, Indianen en Europeanen ontmoeten, en dergelijke driedubbele kruisingen leveren, naar het Plantenrijk te oordeelen, het sterkste bewijs voor de wederkeerige vruchtbaarheid der stamvormen. Op één eiland in den Stillen Oceaan zou hij een kleine bevolking van gemengd Polynesisch en Engelsch bloed aantreffen (10); en in den Fidji-archipel een bevolking van in alle graden met elkander gekruiste Polynesiërs en Negrito’s. Vele overeenkomstige gevallen zouden hierbij kunnen worden gevoegd, bij voorbeeld, in Zuid-Afrika. Derhalve zijn de menschenrassen niet verschillend genoeg om zonder vermenging naast elkander te blijven bestaan; en dit is het, dat in alle gewone gevallen het gebruikelijke bewijs levert van soortelijk verschil.