Note 8 — OVER DE MENSCHENRASSEN.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Om te bepalen of de verscheidenheden van een of ander huisdier als soortelijk verschillend moeten worden gerangschikt, dat is, of eene of meer daarvan van een afzonderlijke wilde soort afstammen, zou elk natuuronderzoeker veel gewicht hechten aan het feit, zoo dit was bewezen, dat hun uitwendige parasieten soortelijk verschilden. Des te meer gewicht zou aan dit feit worden gehecht, daar het geheel exceptioneel zou zijn; want de heer Denny heeft mij medegedeeld, dat de verschillende rassen van honden, en evenzoo die van kippen en van duiven, in Engeland door de zelfde soorten van luizen (Pediculi) worden geplaagd. Nu heeft de heer A. Murray zorgvuldig de luizen onderzocht in verschillende landen op de verschillende menschenrassen verzameld8; en bevonden, dat zij niet slechts in kleur, maar ook in het maaksel hunner klauwen en ledematen verschilden. In elk geval, waarin talrijke voorwerpen werden verkregen, waren de verschillen standvastig (constant). De scheepsdokter van een walvischvaarder in den Stillen Oceaan verzekerde mij, dat, wanneer de luizen, waarvan sommige Sandwich-eilanders aan boord krioelden, op de lichamen van de Engelsche matrozen verdwaalden, zij binnen den tijd van drie of vier dagen stierven. Deze luizen waren donkerder gekleurd dan en schenen verschillend van die der inboorlingen van Chili in Zuid Amerika, waarvan hij mij voorwerpen gaf. Deze schenen op haar beurt grooter en veel zachter dan Europeesche luizen. De heer Murray verschafte zich vier soorten uit Afrika, namelijk van de Negers van de Oost- en Westkust, van de Hottentotten en de Kaffers; twee soorten van de inboorlingen van Nieuw-Holland, en twee uit Zuid-Amerika. In deze laatste gevallen mag men veronderstellen, dat de luizen afkomstig waren van inboorlingen die verschillende streken bewoonden. Bij insekten beschouwt men geringe afwijkingen van maaksel, als zij standvastig (constant) zijn, algemeen als soortkenmerken; en het feit, dat de menschenrassen worden geplaagd door parasieten die soortelijk van elkander verschillen, kan men gerust doen gelden als een uitnemend bewijs, dat die rassen zelven als afzonderlijke soorten moeten worden gerangschikt.