← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 7 — OVER DE MENSCHENRASSEN.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Onze natuuronderzoeker zou dan wellicht overgaan tot de geographische verspreiding, en hij zou dan waarschijnlijk verklaren, dat vormen die niet slechts in uiterlijk verschilden, maar pasten voor de heetste en vochtigste of droogste landen, zoowel als voor de poolstreken, soortelijk verschillend moesten zijn. Hij zou zich kunnen beroepen op het feit, dat in de groep welke het nauwst met den mensch verwant is, namelijk de apen, geen enkele soort een lage temperatuur of eenige aanmerkelijke klimaatsverandering kan weêrstaan en dat men er nimmer in is geslaagd om die soorten welke den mensch het meest nabijkomen, zelfs in het gematigde klimaat van Europa tot hun volwassen leeftijd toe in leven te houden. Het feit, dat het eerst door Agassiz is opgemerkt7, dat de verschillende menschenrassen over de wereld zijn verspreid in de zelfde zoölogische gewesten als die welke door ontwijfelbaar verschillende soorten en geslachten van zoogdieren worden bewoond, zou een diepen indruk op hem maken. Dit is kennelijk het geval met de Nieuw-Hollandsche, Mongoolsche en Neger-rassen; op minder sterk sprekende wijze met de Hottentotten, maar duidelijk met de Papoea’s en de Maleiers, die, zooals de heer Wallace heeft aangetoond, ongeveer door de zelfde lijn worden gescheiden, welke het Indische zoölogische gewest van Insulinde van het Australische scheidt. (6) De inboorlingen van Amerika zijn over dat geheele vasteland verspreid en dit schijnt eerst tegen bovenvermelden regel te strijden; want de meeste voortbrengselen van de zuidelijke en de noordelijke helft verschillen zeer; eenige weinige levende vormen, zooals de buidelratten of opossums, gaan echter van de eene in de andere over, evenals vroeger sommige reusachtige Tandelooze Dieren (Edentata) deden. De Eskimo’s strekken zich, evenals andere pooldieren, rondom over de geheele poolstreek uit. (7) Men moet bedenken, dat de zoogdiervormen die de verschillende zoölogische gewesten bewonen, niet in de zelfde mate van elkander verschillen, zoodat het moeielijk als een tegenstrijdigheid kan worden beschouwd dat de Neger meer en de inboorlingen van Amerika veel minder van de andere menschenrassen verschillen dan de zoogdieren der zelfde vastelanden van die van de andere gewesten. Men mag er bijvoegen, dat de mensch oorspronkelijk geen enkel oceanisch eiland schijnt te hebben bewoond; en in dit opzicht gelijkt hij op de andere leden van zijn klasse.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings