← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 80 — OVER DE MENSCHENRASSEN.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

De overste Yole, die in 1844, en de botanist J. Hooker, die in 1866 deze Khasia’s bezocht, vermelden beiden ook hun megalithische monumenten. Het woord men komt menigmaal in den naam hunner dorpen voor, evenzeer als dit het geval is in Bretagne, Wales en Cornwallis. Mensmaï duidt in het Khasiaansch een eed of zweersteen aan; menflong een begraasden steen; memloe een zoutsteen. De Khasia’s bewonen een deel der bergstreken die ten oosten van de Brahmapoetra liggen. Zij zijn nimmer in gemeenschap met de Hindoe’s geweest en behooren tot de vóór-Arische bewoners van Indië. Zij hebben zeer geringe en verwarde godsdienstige begrippen en staan op een zeer lagen trap van ontwikkeling. Hun uit steen en bamboes samengestelde hutten zijn even armoedig als zij zelven zijn.

Witkamp vermeldt in zijn Geschiedenis der XVII Nederlanden deze Khasia’s en schat den ouderdom onzer hunebedden op minstens 2500 jaren, mogelijk zelfs op 30, 35 of meer eeuwen. Naar mijn gevoelen zijn zij echter waarschijnlijk nog veel ouder, hetgeen daarmede samenhangt, dat Witkamp het Volk der Dolmen uit Indië naar Europa laat trekken, juist omgekeerd als ik. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings