Note 67 — OVER DE MENSCHENRASSEN.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
De heer Catlin getuigt („N. American Indians”, 3de edit. 1842, vol. I, blz. 49) dat bij den geheelen stam der Mandanen ongeveer één van elke tien of twaalf leden van alle leeftijden en beide seksen glanzig zilverachtig grijs haar had, hetgeen erfelijk was. Dit haar nu was even grof en hard als paardenhaar, terwijl het haar van andere kleuren fijn en zacht was. ↑