Note 5 — OVER DE MENSCHENRASSEN.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Ten opzichte der beelden in de beroemde Egyptische grotten van Aboe Simbel, zegt de heer Pouchet („The Plurality of the Human Races”, Eng. vert. 1864, blz. 50), dat hij ver was van herkenbare afbeeldingen te vinden van de twaalf of meer volken welke sommige schrijvers beweren te kunnen herkennen. Zelfs sommigen van de meest sterk geteekende rassen kunnen niet tot thans levende worden teruggebracht met die mate van eenstemmigheid, die men zou mogen verwachten na hetgeen over dit onderwerp is geschreven. Zoo getuigen de heeren Nott en Gliddon („Types of Mankind”, blz. 148), dat Rhamses II, of de Groote, prachtige Europeesche gelaatstrekken heeft, terwijl Knox, een ander krachtig voorstander van het soortelijk verschil der menschenrassen, („Races of Man”, 1850, blz. 201), van den jongen Memnon sprekende (de zelfde persoon als Rhamses II, naar de heer Birch mij verzekert), er zeer sterk op drukt, dat hij in uiterlijk voorkomen gelijkt op de Antwerpsche Joden. Toen wij in het Britsch Museum met twee bevoegde rechters, die aan die inrichting waren geplaatst, het standbeeld van Amenophis III beschouwden, waren wij het allen daarover eens, dat de vorm van zijn gelaat zeer met dien van een neger overeenkwam. De heeren Nott en Gliddon (ibid., blz. 146, fig. 53) beschrijven hem echter als: „een bastaard, doch zonder inmenging van negerbloed.” (4) ↑