Note 69 — OVER DE MENSCHENRASSEN.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
(4) Door mijn Egyptische reis in den winter van 1869–70 ben ik in de gelegenheid hieromtrent eenige zelfstandige opmerkingen te maken. In een der grotten van Beni Hassan, die volgens Mariette van ongeveer 3000 jaren vóór Chr. dagteekenen (in het graf van Noem-Hotep, gouverneur van de provincie Sah onder den Pharao Amenehemha II) ziet men een muurschildering waarop de overledene rechtopstaande afgebeeld is; voor hem staan personen, die men aan hun sterk geprononceerden arendsneus en zwarten puntigen baard dadelijk voor Semieten herkent, en volgens Mariette ook Semieten zijn.69 In de beroemde salle hypostyle van den tempel van Karnak, waarvan de oudste opschriften volgens Mariette uit den tijd van Seti I(1450 j. v. Chr.) dagteekenen, vindt men hoogst merkwaardige bas-reliefs, waarop genoemde koning zijn veldtochten in Westelijk Azië tegen de Armeniërs, de Assyriërs, de Schasoe en de Kharo heeft afgebeeld, terwijl andere de veldtochten van den Pharao Sesak tegen Palaestina voorstellen. Op die bas-reliefs zijn de nationale typen der overwonnenen zeer goed teruggegeven; de Assyriërs gelijken zeer op de afbeeldingen uit Niniveh; in de Schasoe (volgens Mariette een soort van woestijn-Arabieren of Bedoeïnen) is het Semietische type zeer goed te herkennen. Aan den hoofdingang van het paleis van Rhamses III (dat een gedeelte uitmaakt van den zoogenaamden tempel van Medinet-Aboe te Thebe) vindt men bas-reliefs, die den koning voorstellen, de krijgsgevangenen, door hem in zijn vele oorlogen gemaakt, aan de goden aanbiedende; elk dier krijgsgevangenen, waaronder ik o.a. zeer goed te herkennen Negers en Semieten opmerkte, vertoont het type van zijn ras met merkwaardige getrouwheid, en daar de namen er in hiëroglyphen zijn bijgeschreven, heeft men hier volgens Mariette de merkwaardigste van alle bekende bijdragen tot de ethnologie van Westelijk Azië, Libye en Soedan in de XIIIde eeuw v. Chr.