← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 62 — OVER DE MENSCHENRASSEN.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Dr. Sharpe merkt op62, dat een tropische zon, die een blanke huid brandt en er blaren op doet ontstaan, een zwarte volstrekt niet benadeelt; en, gelijk hij er bijvoegt, dit komt niet omdat het individu er aan gewend is; want kinderen van zes of acht maanden worden naakt overal heêngedragen, en worden niet aangedaan. Een arts heeft mij verzekerd, dat eenige jaren geleden, elken zomer, maar niet gedurende den winter, op zijn handen lichtbruine plekken ontstonden, gelijkende op sproeten, hoewel grooter, en dat deze plekken niet werden aangedaan door het branden van de zon, terwijl de blanke deelen van zijn huid bij verschillende gelegenheden zeer ontstoken en met blaren bedekt werden. Ook bij de lagere dieren bestaat er een constitutioneel verschil in vatbaarheid voor de werking van de zon tusschen de deelen die met wit haar zijn bedekt, en andere deelen.63 Of de beschutting van de huid tegen het branden der zon van genoegzaam belang is om te doen onderstellen, dat een donkere tint door den mensch trapsgewijze door natuurlijke teeltkeus is verkregen, kan ik niet beoordeelen. Indien dit zoo ware, zouden wij moeten aannemen, dat de inboorlingen van tropisch Amerika daar gedurende veel korter tijd hebben geleefd dan de negers in Afrika, of de Papoea’s in de zuidelijke gedeelten van den Maleischen archipel, juist gelijk de lichter gekleurde Hindoe’s gedurende korter tijd in Engelsch Indië hebben gewoond, dan de donkerder inboorlingen van de centrale en zuidelijke gedeelten van dat schiereiland.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings