Note 55 — OVER DE MENSCHENRASSEN.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Ik vond later, dat het zelfde denkbeeld reeds lang te voren bij Dr. Wells was opgekomen.55 Dat negers en zelfs mulatten bijna volkomen bevrijd blijven van de gele koorts, die in tropisch Amerika zoo groote verwoestingen aanricht, is reeds lang bekend geweest.56 Zij blijven ook grootendeels vrij van de noodlottige tusschenpoozende (intermitteerende) koortsen, die langs minstens 2600 mijlen van de kusten van Afrika heerschen en jaarlijks een vijfde gedeelte der blanke kolonisten doen sterven, terwijl een ander vijfde gedeelte met geknakte gezondheid naar het vaderland moet terugkeeren.57 Deze vrijdom van den neger schijnt gedeeltelijk aangeboren en van de eene of andere onbekende bijzonderheid van het gestel afhankelijk, en gedeeltelijk het gevolg van acclimatisatie te zijn. Pouchet58 getuigt, dat de negerregimenten, van den Onderkoning van Egypte voor den Mexicaanschen oorlog geleend, die in de nabijheid van Soedan waren aangeworven, bijna even goed aan de gele koorts ontsnapten als de negers die oorspronkelijk uit verschillende deelen van Afrika waren aangevoerd en aan het klimaat der West-Indiën gewend. Dat acclimatisatie in het spel komt, wordt aangetoond door verschillende gevallen waarin negers, na eenigen tijd in een kouder klimaat te hebben doorgebracht, tot op zekere hoogte vatbaar voor tropische koortsen zijn geworden.59 De aard van het klimaat waarin de blanke rassen lang hebben geleefd, heeft eveneens eenigen invloed op hen; want gedurende de verschrikkelijke epidemie van gele koorts in Demerary in het jaar 1837, vond Dr. Blair, dat de sterfte der landverhuizers evenredig was aan de breedte van het land van waar zij waren gekomen. Bij den neger onderstelt de vrijdom, voor zoover hij het gevolg van acclimatisatie is, blootstelling aan het klimaat gedurende een verbazende lengte van tijd; want de inboorlingen van tropisch Amerika, die daar sedert onheugelijke tijden hebben gewoond, zijn niet gevrijwaard voor de gele koorts, en de weleerw. heer B. Tristram getuigt, dat er in Noord-Afrika streken zijn, welke de inboorlingen jaarlijks genoodzaakt zijn te verlaten, hoewel de negers er veilig kunnen blijven. (19)