← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 46 — OVER DE MENSCHENRASSEN.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Wij kunnen inzien hoe het komt, dat in het bijzonder inboorlingen die lang eilanden hebben bewoond en lang aan bijna volkomen gelijke levensvoorwaarden moeten zijn onderworpen geweest, zullen worden aangedaan door elke verandering in hun levenswijze, gelijk het geval schijnt te zijn. Beschaafde rassen kunnen zeker allerlei soort van veranderingen veel beter weêrstaan dan wilden, en in dit opzicht gelijken zij op tamme dieren; want, hoewel deze laatste soms in hun gezondheid lijden (bij voorbeeld Europeesche honden in Indië), worden zij toch zelden onvruchtbaar gemaakt, hoewel daarvan toch enkele voorbeelden zijn opgeteekend.46 Het niet aangedaan worden van beschaafde rassen en tamme dieren wordt waarschijnlijk veroorzaakt, omdat zij in meerdere mate onderworpen zijn geweest en daarom wat meer zijn gewend aan verschillende en afwisselende levensvoorwaarden dan de meeste wilde dieren, en omdat zij in vroeger tijd uit andere landen overgebracht of van het eene land naar het andere medegevoerd zijn, en dat verschillende families of onder-rassen met elkander zijn gekruist. Het schijnt, dat een kruising met beschaafde rassen dadelijk een inlandsch ras beveiligt tegen de kwade gevolgen van de verandering van levensvoorwaarden. Zoo vermeerderde de gekruiste nakomelingschap van Tahitiërs en Engelschen, die zich op het eiland Pitcairn hadden gevestigd, zoo snel, dat het eiland spoedig overbevolkt was en in Juni 1856 werden zij naar het eiland Norfolk overgebracht. Zij bestonden toen uit 60 gehuwde personen en 134 kinderen, een totaal van 194 uitmakende. Hier vermeerderden zij eveneens zoo snel, dat, hoewel zestien van hen in 1859 naar het eiland Pitcairn terugkeerden, zij in Januari 1868 300 zielen telden, waaronder juist evenveel mannen als vrouwen. Welk een tegenstelling vormt dit geval met de Tasmaniërs; de Norfolk-eilanders vermeerderden in slechts twaalf en een half jaar van 194 tot 300, terwijl de Tasmaniërs in vijftien jaar van 120 tot 46 afnamen, van welk laatste getal slechts tien kinderen waren.47

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings